Gratis verzending vanaf €45,00

Update 1: Terug naar de bodem

In januari 2019 informeerden wij jullie over een omvangrijk project dat wij gestart zijn. Onder de naam ‘Terug naar de bodem’ zijn wij een unieke samenwerking aangegaan met een akkerbouwer, Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut. Er is sindsdien een hoop gebeurd en wij gaan jullie de komende weken bijpraten over de stappen die op dat vlak gezet zijn.

Doel
Om te onderzoeken wat het effect van reststromen van koffie en de oesterzwammenkweek op de bodem is Rotterzwam in 2018 gestart met het project Terug naar de Bodem. Het doel van dit project is om aan te tonen wat het effect van de reststromen op de bodem is en, als dit effect positief is, te zorgen dat deze reststromen niet langer als afval worden gezien.

Het onderzoeksproject Terug naar de Bodem (de officiële naam van dit project is Transitie Regionale Circulaire Voedseleconomie) wordt gefinancierd door de provincie Zuid-Holland en de EU (via de POP3 regeling samenwerking duurzame innovaties landbouw provincie Zuid-Holland) en wordt uitgevoerd door Rotterzwam (penvoerder), de Universiteit van Wageningen, het Louis Bolk Instituut en Maatschap den Ouden.

In het project wordt onderzocht wat de invloed is van een drietal reststromen op de bodem. Het doel hiervan is het mogelijk maken van een hoogwaardiger gebruik van deze stromen. De reststromen zijn:

- Koffiedik (verzameld door Rotterzwam van verschillende organisaties in de regio Rotterdam)

- Koffiesubstraat: uitgewerkt substraat uit de oesterzwammenkweek op basis van koffiedik (afkomstig uit de oesterzwamkwekerijen van Rotterzwam, Haagse Zwam en Fungi Factory)

- Strosubstraat: uitgewerkt substraat uit de traditionele oesterzwammen kweek op basis van stro (afkomstig uit Oesterzwam Kwekerij Van Lieshout)

De eerste stap in het onderzoek is uitgevoerd door de WUR bij hun interne faciliteit Unifarm. Zij hebben een aantal potproeven gedaan in een gecontroleerde omgeving.

Terug naar de bodem rotterzwam potproeven 

Afvalwetgeving
Hoe werkt het als je een reststroom wil gebruiken als bodemverbeteraar? Er zijn allerhande organische mono stromen beschikbaar met een hoog organisch stofgehalte. Het gebruiken van organische reststromen als bodemverbeteraar klinkt dus als een logische optie (mits deze reststromen veilig zijn voor mens en milieu).

Mocht er al sprake zijn van een bijproduct, voortgezet gebruik of eind-afval, dan betekent dit echter niet dat een reststroom zomaar op de bodem mag worden aangebracht. Zo mag je in plantenbakken bijvoorbeeld wel koffiedik toedienen (mits koffiedik gezien wordt als voortgezet gebruik en niet als afvalstof), maar zodra je een stof direct op de bodem wil aanbrengen kom je in aanraking met de Meststoffenwetgeving en dan mag je aan de bak. 

Komen tot ontheffing voor de proef
Op de afbeelding hieronder zie je een vrij onoverzichtelijk overzicht van wetgeving, instanties, procedures en uitzonderingen voor het gebruiken, vervoeren en gebruiken (al dan niet op de bodem) van reststromen.

Dit is het proces dat wij begin vorig jaar [2019] hebben doorlopen om te komen tot het transporteren en uitrijden bij de boer en dient vooral ter illustratie van de complexe situatie rondom het gebruik van reststromen.

 

Voor zover het werken met reststromen schematisch is weer te geven, hieronder een poging om tot een stroomschema te komen waarin te zien is welke stappen gezet moeten worden als je een reststroom wil gebruiken in een productieproces of op de bodem. 

Terug naar de bodem rotterzwam stroomschema

Uitrijden
Uiteindelijk is het ons, in nauwe samenwerking met onze partners en het bevoegd gezag, gelukt om in juli 2019 ongeveer 15.000 kg van elk van de reststromen uitgereden op een deel van de akkers van Maatschap den Ouden. Dat hebben wij vastgelegd in deze video. In de volgende blog, zullen wij jullie bijpraten over de effecten van het uitrijden van dit materiaal.

Onze partners
Veranderen van afvalwetgeving doe je niet alleen. Wij werken in dit project nauw samen met Maatschap den Ouden [een akkerbouwer uit Voorne Putten], Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut. Wij kunnen dit project uitvoeren met financiële ondersteuning van de Provincie Zuid-Holland en de Europese Unie.

Er is veel uitzoekwerk, onderzoek, metingen en tijd voor nodig. En dat kost geld. Dat moesten wij deels uit eigen zak betalen. Daarom zijn wij erg blij met de steun van de ‘Enabling partners’. De gemeente Rotterdam, Triodos Foundation en Sylvan Inc.

Laat een reactie achter

Opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd